BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 27
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Plaatsing in een functie geschiedt, behoudens het gestelde in artikel 29, op het departement of bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Een plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland wordt, behoudens bijzondere omstandigheden, niet gevolgd door een plaatsing bij diezelfde vertegenwoordiging.
2. De ambtenaar maakt op de daarvoor vastgestelde wijze kenbaar naar welke functies zijn voorkeur voor plaatsing in een volgende functie uitgaat.
3. De ambtenaar kan in een andere functie worden geplaatst dan die waarvoor hij zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt, indien:
a. hij naar het oordeel van Onze Minister beschikt, dan wel binnen redelijke termijn kan beschikken, over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om die functie naar behoren te kunnen uitoefenen, en
b. die functie hem redelijkerwijs kan worden opgedragen in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten. Bedoelde plaatsing en de vaststelling van de plaatsingsduur, komen tot stand na een zorgvuldige afweging van het dienstbelang en het persoonlijk belang van de betrokkene en diens gezinsleden.
4. Tussen twee plaatsingen in kan een ambtenaar wiens plaatsing ingevolge artikel 26, eerste of derde lid, eindigt respectievelijk is beëindigd, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden ter beschikking worden gehouden. Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd. Gedurende de periode dat de ambtenaar ter beschikking wordt gehouden, wordt hij belast met andere passende werkzaamheden dan wel met studie gericht op het voortzetten van zijn loopbaan tenzij dat na overleg met de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk blijkt.
5. Behoudens spoedeisende gevallen, wordt de ambtenaar uiterlijk acht weken voor de ingangsdatum in kennis gesteld van het besluit tot plaatsing, dan wel het besluit tot terbeschikkinghouding. In het besluit wordt ten minste vermeld: de ingangsdatum en, in geval van plaatsing, de nieuwe standplaats, de te vervullen functie en de duur van de plaatsing.
6. De Nederlandse nationaliteit is vereist in geval van plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Indien het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert, kan van de eerste volzin worden afgeweken.
7. Voor de bepaling van de geschiktheid voor een functie zijn de artikelen 23, 23ben 23cvan overeenkomstige toepassing.
8. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van dit artikel.
2. De ambtenaar maakt op de daarvoor vastgestelde wijze kenbaar naar welke functies zijn voorkeur voor plaatsing in een volgende functie uitgaat.
3. De ambtenaar kan in een andere functie worden geplaatst dan die waarvoor hij zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt, indien:
a. hij naar het oordeel van Onze Minister beschikt, dan wel binnen redelijke termijn kan beschikken, over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om die functie naar behoren te kunnen uitoefenen, en
b. die functie hem redelijkerwijs kan worden opgedragen in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten. Bedoelde plaatsing en de vaststelling van de plaatsingsduur, komen tot stand na een zorgvuldige afweging van het dienstbelang en het persoonlijk belang van de betrokkene en diens gezinsleden.
4. Tussen twee plaatsingen in kan een ambtenaar wiens plaatsing ingevolge artikel 26, eerste of derde lid, eindigt respectievelijk is beëindigd, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden ter beschikking worden gehouden. Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd. Gedurende de periode dat de ambtenaar ter beschikking wordt gehouden, wordt hij belast met andere passende werkzaamheden dan wel met studie gericht op het voortzetten van zijn loopbaan tenzij dat na overleg met de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk blijkt.
5. Behoudens spoedeisende gevallen, wordt de ambtenaar uiterlijk acht weken voor de ingangsdatum in kennis gesteld van het besluit tot plaatsing, dan wel het besluit tot terbeschikkinghouding. In het besluit wordt ten minste vermeld: de ingangsdatum en, in geval van plaatsing, de nieuwe standplaats, de te vervullen functie en de duur van de plaatsing.
6. De Nederlandse nationaliteit is vereist in geval van plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Indien het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert, kan van de eerste volzin worden afgeweken.
7. Voor de bepaling van de geschiktheid voor een functie zijn de artikelen 23, 23ben 23cvan overeenkomstige toepassing.
8. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van dit artikel.