BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 5.3
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
2. In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2en 4en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, tweede lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde liden 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020.
4. Artikel 3.1.9werkt terug tot en met 29 maart 2018.
2. In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2en 4en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, tweede lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde liden 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020.
4. Artikel 3.1.9werkt terug tot en met 29 maart 2018.