BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.2.8
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. De burgemeester of de wethouder betaalt voor het bewonen van een door de gemeente aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een eigen bijdrage per maand aan de gemeente.
2. Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van de gemeente.
3. Indien de burgemeester of de wethouder voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
2. Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van de gemeente.
3. Indien de burgemeester of de wethouder voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.