BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.2.8
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben en hem door het waterschap in verband met de uitoefening van zijn ambt een woning ter beschikking wordt gesteld, betaalt hij voor het bewonen daarvan een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
2. Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van het waterschap.
3. Indien de voorzitter voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
2. Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van het waterschap.
3. Indien de voorzitter voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.