BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.1.6
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het lidmaatschap van het algemeen bestuur verbonden kosten van € 215,94 per maand.
2. Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van en maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
3. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2. Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van en maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
3. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.