BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.2.11
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. De kosten die de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van het waterschap, op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van oordeel is dat:
a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, en
c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
2. Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.
a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, en
c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
2. Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.