BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.1.4
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Indien provinciale staten besluiten ter uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een statenlid geacht kunnen worden te behoren, kunnen zij bij verordening besluiten aan de statenleden die lid zijn van die commissie ten laste van de provincie een toelage toe te kennen van maximaal € 153,33 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.