BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.2.10
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Het dagelijks bestuur kan aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ten laste van het waterschap een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door het waterschap gecontracteerde vervoerder.
2. Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
3. Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
4. Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur naar het oordeel van het dagelijks bestuur in het belang van het waterschap is.
5. Het dagelijks bestuur kan bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt.
6. Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
7. Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de kas van het waterschap gestort.
8. De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
9. Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
10. Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
11. Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.
2. Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
3. Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
4. Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur naar het oordeel van het dagelijks bestuur in het belang van het waterschap is.
5. Het dagelijks bestuur kan bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt.
6. Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
7. Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de kas van het waterschap gestort.
8. De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
9. Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
10. Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
11. Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.