BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.1.2
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 153,33 per maand.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.