BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.2.18
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Een schorsingsbesluit als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de Waterschapswetbevat in ieder geval het tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.
2. De voorzitter die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in artikel 4.2.1en zijn aanspraak op vergoedingen en voorzieningen op grond van de afdelingen 4.2en 4.3.
3. Gedurende de schorsing is het de voorzitter als zodanig niet toegestaan de dienstgebouwen van het waterschap te betreden.
2. De voorzitter die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in artikel 4.2.1en zijn aanspraak op vergoedingen en voorzieningen op grond van de afdelingen 4.2en 4.3.
3. Gedurende de schorsing is het de voorzitter als zodanig niet toegestaan de dienstgebouwen van het waterschap te betreden.