BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.1.3
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Aan een statenlid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewetwordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de provincie een toelage toegekend, waarvan de hoogte bij verordening wordt bepaald, maar die per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, bedraagt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.