BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.1.3
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewetwordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend, waarvan de hoogte bij verordening wordt bepaald, maar die per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, bedraagt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.