BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.1.9
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswetheeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2. Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend.
3. Voor zover het raadslid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.
4. Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
2. Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend.
3. Voor zover het raadslid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.
4. Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.