BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.2.1
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. De bezoldiging van de commissaris bedraagt € 14.760,00 per maand.
2. De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 11.036,48 per maand.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
4. De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de commissaris of de gedeputeerde vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
5. De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de commissaris of de gedeputeerde vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
6. Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het derde lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de commissaris en de gedeputeerde een uitkering op dezelfde voet.
7. De gedeputeerde die ingevolge artikel 35a, tweede lid, van de Provinciewetzijn functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdbestedingsnorm, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de Provinciewet.
8. Wanneer de commissaris of de gedeputeerde in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand.
9. Indien de gedeputeerde gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 35c, tweede lid, onder a of b, van de Provinciewettevens statenlid is, vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid.
2. De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 11.036,48 per maand.
3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
4. De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de commissaris of de gedeputeerde vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
5. De commissaris en de gedeputeerde ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de commissaris of de gedeputeerde vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
6. Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het derde lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de commissaris en de gedeputeerde een uitkering op dezelfde voet.
7. De gedeputeerde die ingevolge artikel 35a, tweede lid, van de Provinciewetzijn functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdbestedingsnorm, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de Provinciewet.
8. Wanneer de commissaris of de gedeputeerde in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand.
9. Indien de gedeputeerde gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 35c, tweede lid, onder a of b, van de Provinciewettevens statenlid is, vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid.