BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 5.2
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Het Rechtspositiebesluit staten- en commissieledenwordt ingetrokken.
2. Het Rechtspositiebesluit gedeputeerdenwordt ingetrokken.
3. Het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koningwordt ingetrokken.
4. Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden(Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken;
5. Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin(Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken;
6. Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieledenwordt ingetrokken.
7. Het Rechtspositiebesluit wethouderswordt ingetrokken.
8. Het Rechtspositiebesluit burgemeesterswordt ingetrokken.
9. Het Bezoldigingsbesluit burgemeester/secretariswordt ingetrokken.
9. Hoofdstuk 3 van het Waterschapsbesluitvervalt.
2. Het Rechtspositiebesluit gedeputeerdenwordt ingetrokken.
3. Het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koningwordt ingetrokken.
4. Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden(Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken;
5. Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin(Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken;
6. Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieledenwordt ingetrokken.
7. Het Rechtspositiebesluit wethouderswordt ingetrokken.
8. Het Rechtspositiebesluit burgemeesterswordt ingetrokken.
9. Het Bezoldigingsbesluit burgemeester/secretariswordt ingetrokken.
9. Hoofdstuk 3 van het Waterschapsbesluitvervalt.