BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.2.14
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Op degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewetonafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 3.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de burgemeester, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2.3, 3.2.5, 3.2.7, derde lid, 3.2.17, 3.2.18en 3.2.19.
2. Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester is van een andere gemeente, kan in afwijking van artikel 3.2.16de verhouding waarin de bezoldiging en de overige financiële aanspraken op grond van afdeling 3.2ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
2. Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester is van een andere gemeente, kan in afwijking van artikel 3.2.16de verhouding waarin de bezoldiging en de overige financiële aanspraken op grond van afdeling 3.2ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.