BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.3.6
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;
b. dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.
2. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval:
a. voor zover deze kosten ten laste blijven van het raadslid, de wethouder of de burgemeester, en
b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
3. In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in gemeenteraad.
4. Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
5. Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen raadslid, de gewezen wethouder of de gewezen burgemeester.
a. beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;
b. dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.
2. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval:
a. voor zover deze kosten ten laste blijven van het raadslid, de wethouder of de burgemeester, en
b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
3. In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in gemeenteraad.
4. Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
5. Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen raadslid, de gewezen wethouder of de gewezen burgemeester.