BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.1.12
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Indien een lid van het algemeen bestuur op grond van artikel 51a, tweede lid, van de Waterschapswetgedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast:
a. wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van het waterschap aangevuld tot het bedrag, genoemd in artikel 4.2.1, tweede lid, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 4.2.1, vijfde, zesde onderscheidenlijk zevende lid;
b. ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 4.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 4.2.6, eerste lid, en
c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikelen 4.2.10 en 4.2.12 van overeenkomstige toepassing.
a. wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van het waterschap aangevuld tot het bedrag, genoemd in artikel 4.2.1, tweede lid, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 4.2.1, vijfde, zesde onderscheidenlijk zevende lid;
b. ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 4.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 4.2.6, eerste lid, en
c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikelen 4.2.10 en 4.2.12 van overeenkomstige toepassing.