BWBR0041522
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4.5
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
1. Het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur is gesteld op ten hoogste 400% van een voltijds bezoldigingsbedrag.
2. Het algemeen bestuur stelt, met in achtneming van het eerste en derde lid, de deeltijdfactor van ieder lid van het dagelijks bestuur vast.
3. Indien een lid van het dagelijks bestuur tevens lid is van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen, wordt bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor het aantal uren betrokken dat dit lid op jaarbasis gemiddeld per maand activiteiten ontplooit ten behoeve van dat bestuur van de Unie van Waterschappen.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt buiten beschouwing gelaten het deel van de bezoldiging die het lid van het dagelijks bestuur, bedoeld in het derde lid, op grond van artikel 4.2.1, derde lid, meer ontvangt dan hij zou ontvangen wanneer bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor geen rekening wordt gehouden met het lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen.
2. Het algemeen bestuur stelt, met in achtneming van het eerste en derde lid, de deeltijdfactor van ieder lid van het dagelijks bestuur vast.
3. Indien een lid van het dagelijks bestuur tevens lid is van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen, wordt bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor het aantal uren betrokken dat dit lid op jaarbasis gemiddeld per maand activiteiten ontplooit ten behoeve van dat bestuur van de Unie van Waterschappen.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt buiten beschouwing gelaten het deel van de bezoldiging die het lid van het dagelijks bestuur, bedoeld in het derde lid, op grond van artikel 4.2.1, derde lid, meer ontvangt dan hij zou ontvangen wanneer bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor geen rekening wordt gehouden met het lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen.