BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 88
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Indien de ambtenaar verantwoording aflegt doet hij dit ten overstaan van het gezag dat tot de voorgenomen strafoplegging bevoegd is, of van een door dit gezag aangewezen autoriteit, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt bepaald. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de verantwoording ten overstaan van Onze Minister of van een door deze aangewezen autoriteit. Het gezag, ten overstaan waarvan de verantwoording zal plaatsvinden, bepaalt of deze mondeling of schriftelijk zal geschieden, met dien verstande dat bij schriftelijke verantwoording de ambtenaar op zijn verzoek gelegenheid wordt gegeven tot nadere mondelinge toelichting.
2. Van de mondelinge verantwoording en van een eventuele nadere mondelinge toelichting wordt zo spoedig mogelijk proces-verbaal opgemaakt, dat na kennisneming wordt getekend door hem, ten overstaan van wie de verantwoording heeft plaatsgevonden, en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de ambtenaar uitgereikt.
2. Van de mondelinge verantwoording en van een eventuele nadere mondelinge toelichting wordt zo spoedig mogelijk proces-verbaal opgemaakt, dat na kennisneming wordt getekend door hem, ten overstaan van wie de verantwoording heeft plaatsgevonden, en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de ambtenaar uitgereikt.