BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 16
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Op ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met XIVen XXI tot en met XXV.
2. Op degenen die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 8bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn gedetacheerd of toegevoegd, dan wel ingevolge het zesde lid van artikel 8aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met IIIen XXI tot en met XXV.
3. Op werknemers zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XVIIIen XXI tot en met XXV.
4. Op honoraire consulaire ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XIXen XXI tot en met XXV.
5. Op honoraire adviseurs zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met IIIen XX tot en met XXV.
6. In de artikelen van de in het eerste tot en met vijfde lid genoemde hoofdstukken worden waar nodig bepalingen van andere hoofdstukken van overeenkomstige toepassing verklaard, of wordt de toepasselijkheid van artikelen beperkt tot een groep of groepen van degenen die daarin zijn genoemd.
7. De hoofdstukken VI, VIIIen IXzijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstonderdeel de nodige bepalingen vastgesteld.
8. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het desbetreffende dienstonderdeel, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:
a. hoofdstuk V;
b. de artikelen 31 en 33 tot en met 33a;
c. de hoofdstukken VIII en IX;
d. hoofdstuk X, paragrafen 2 en 3;
e. de artikelen 45a, 54d, 56 en 57.
2. Op degenen die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 8bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn gedetacheerd of toegevoegd, dan wel ingevolge het zesde lid van artikel 8aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met IIIen XXI tot en met XXV.
3. Op werknemers zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XVIIIen XXI tot en met XXV.
4. Op honoraire consulaire ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XIXen XXI tot en met XXV.
5. Op honoraire adviseurs zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met IIIen XX tot en met XXV.
6. In de artikelen van de in het eerste tot en met vijfde lid genoemde hoofdstukken worden waar nodig bepalingen van andere hoofdstukken van overeenkomstige toepassing verklaard, of wordt de toepasselijkheid van artikelen beperkt tot een groep of groepen van degenen die daarin zijn genoemd.
7. De hoofdstukken VI, VIIIen IXzijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstonderdeel de nodige bepalingen vastgesteld.
8. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het desbetreffende dienstonderdeel, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:
a. hoofdstuk V;
b. de artikelen 31 en 33 tot en met 33a;
c. de hoofdstukken VIII en IX;
d. hoofdstuk X, paragrafen 2 en 3;
e. de artikelen 45a, 54d, 56 en 57.