BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 10
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland is jegens Onze Minister verantwoordelijk voor de leiding en inrichting van die vertegenwoordiging, alsmede voor de goede verrichting van de dienst, zulks met inachtneming van artikel 12.
2. Voorts is deze verantwoordelijk voor:
a. een juist beheer van de zaken en andere waarden in gebruik bij of toevertrouwd aan die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland;
b. een goed comptabel en financieel beheer;
c. het toezicht op de ambtenaar die als rekenplichtig ambtenaar in de zin van de Comptabiliteitswet 2001 het beheer voert over de aan de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toevertrouwde gelden en geldswaardige papieren.
3. Het hoofd van een vaste diplomatieke zending heeft het toezicht op ambtenaren en overheidsinstellingen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten die zich duurzaam of tijdelijk voor ambtsverrichtingen in zijn ambtsgebied bevinden. Betrokkene kan in dit ambtsgebied tevens toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van instellingen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, geen ondernemingen zijnde, die zich bezighouden met de bevordering van de belangen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de uitvoering van het overheidsbeleid, alsmede op die van de vertegenwoordigingen of neveninstellingen daarvan. De vorige volzin geldt niet ten aanzien van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie met betrekking tot het vertegenwoordigen van het Koninkrijk bij die internationale organisatie, en ten aanzien van een tijdelijke diplomatieke zending met betrekking tot de aangelegenheid waartoe die tijdelijke diplomatieke zending werd ingesteld.
4. Het hoofd van een vaste diplomatieke zending geeft aanwijzingen aan en oefent toezicht uit op de hoofden van consulaire posten die aan die vaste diplomatieke zending ondergeschikt zijn en kan het toezicht, bedoeld in het derde lid, overdragen aan deze consulaire posten.
5. De bevoegdheden, in het derde en vierde lid voorzien, worden ook uitgeoefend door hoofden van consulaire posten, niet gelegen in het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending.
2. Voorts is deze verantwoordelijk voor:
a. een juist beheer van de zaken en andere waarden in gebruik bij of toevertrouwd aan die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland;
b. een goed comptabel en financieel beheer;
c. het toezicht op de ambtenaar die als rekenplichtig ambtenaar in de zin van de Comptabiliteitswet 2001 het beheer voert over de aan de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toevertrouwde gelden en geldswaardige papieren.
3. Het hoofd van een vaste diplomatieke zending heeft het toezicht op ambtenaren en overheidsinstellingen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten die zich duurzaam of tijdelijk voor ambtsverrichtingen in zijn ambtsgebied bevinden. Betrokkene kan in dit ambtsgebied tevens toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van instellingen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, geen ondernemingen zijnde, die zich bezighouden met de bevordering van de belangen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de uitvoering van het overheidsbeleid, alsmede op die van de vertegenwoordigingen of neveninstellingen daarvan. De vorige volzin geldt niet ten aanzien van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie met betrekking tot het vertegenwoordigen van het Koninkrijk bij die internationale organisatie, en ten aanzien van een tijdelijke diplomatieke zending met betrekking tot de aangelegenheid waartoe die tijdelijke diplomatieke zending werd ingesteld.
4. Het hoofd van een vaste diplomatieke zending geeft aanwijzingen aan en oefent toezicht uit op de hoofden van consulaire posten die aan die vaste diplomatieke zending ondergeschikt zijn en kan het toezicht, bedoeld in het derde lid, overdragen aan deze consulaire posten.
5. De bevoegdheden, in het derde en vierde lid voorzien, worden ook uitgeoefend door hoofden van consulaire posten, niet gelegen in het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending.