BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 23c
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Aan de betrokkene die is onderworpen aan een psychologisch onderzoek als bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel a, wordt op zijn verzoek binnen twee weken na de vaststelling van de uitslag van het onderzoek inzage verleend in die uitslag. Dit vindt plaats in het kader van een nagesprek met de psycholoog die het onderzoek heeft verricht.
2. Mededeling van de uitslag van het onderzoek aan Onze Minister blijft achterwege, indien de betrokkene uiterlijk een week nadat hij van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen zijn wens daartoe schriftelijk heeft meegedeeld aan degene die met het onderzoek is belast.
3. De uitslag van het onderzoek wordt niet eerder dan twee weken nadat betrokkene van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen, medegedeeld aan Onze Minister, tenzij die mededeling op een eerder tijdstip nodig is en de betrokkene met die eerdere mededeling schriftelijk heeft ingestemd.
4. Voor zover dit niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid heeft de betrokkene recht op een nagesprek met de psycholoog die het onderzoek heeft verricht.
5. De betrokkene kan na afloop van het in het eerste en vierde lid bedoelde nagesprek afschrift nemen van de uitslag of daarvan een fotokopie krijgen overeenkomstig het in en krachtens <a href="/wet/BWBR0005252/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur</a>bepaalde.
6. De kosten van het onderzoek en van het nagesprek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het <a href="/wet/BWBR0005889" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Reisbesluit binnenland</a>. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor vergoeding in aanmerking voor zover daartoe vooraf door het bevoegd gezag is besloten.
2. Mededeling van de uitslag van het onderzoek aan Onze Minister blijft achterwege, indien de betrokkene uiterlijk een week nadat hij van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen zijn wens daartoe schriftelijk heeft meegedeeld aan degene die met het onderzoek is belast.
3. De uitslag van het onderzoek wordt niet eerder dan twee weken nadat betrokkene van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen, medegedeeld aan Onze Minister, tenzij die mededeling op een eerder tijdstip nodig is en de betrokkene met die eerdere mededeling schriftelijk heeft ingestemd.
4. Voor zover dit niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid heeft de betrokkene recht op een nagesprek met de psycholoog die het onderzoek heeft verricht.
5. De betrokkene kan na afloop van het in het eerste en vierde lid bedoelde nagesprek afschrift nemen van de uitslag of daarvan een fotokopie krijgen overeenkomstig het in en krachtens <a href="/wet/BWBR0005252/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur</a>bepaalde.
6. De kosten van het onderzoek en van het nagesprek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het <a href="/wet/BWBR0005889" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Reisbesluit binnenland</a>. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor vergoeding in aanmerking voor zover daartoe vooraf door het bevoegd gezag is besloten.