BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 52
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Bij plaatsingen buiten Nederland worden de gezinsleden van de ambtenaar, overeenkomstig artikel 51, eerste lid, in de gelegenheid gesteld de deskundige persoon of de arbodienst te raadplegen.
2. Gezinsleden van de ambtenaar worden, zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande, in de gelegenheid gesteld het onderzoek, bedoeld in artikel 51, tweede lid, te ondergaan.
3. Indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de gezinsleden van de ambtenaar, worden deze in de gelegenheid gesteld een gezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
4. De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat diens gezinsleden hun medewerking verlenen aan:
a. onderzoeken als bedoeld in het derde lid, alsmede in artikel 51, tweede lid;
b. gezondheidskundige onderzoeken welke worden ingesteld ter beantwoording van de vragen: 1°. in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven;
2°. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid.
1°. in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven;
2°. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid.
5. De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat zijn gezinsleden de in artikel 51, vierde lid, bedoelde aanwijzingen opvolgen, met uitzondering van aanwijzingen tot het ondergaan van een ingreep van heelkundige aard.
6. Artikel 36, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Gezinsleden van de ambtenaar worden, zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande, in de gelegenheid gesteld het onderzoek, bedoeld in artikel 51, tweede lid, te ondergaan.
3. Indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de gezinsleden van de ambtenaar, worden deze in de gelegenheid gesteld een gezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
4. De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat diens gezinsleden hun medewerking verlenen aan:
a. onderzoeken als bedoeld in het derde lid, alsmede in artikel 51, tweede lid;
b. gezondheidskundige onderzoeken welke worden ingesteld ter beantwoording van de vragen: 1°. in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven;
2°. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid.
1°. in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven;
2°. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid.
5. De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat zijn gezinsleden de in artikel 51, vierde lid, bedoelde aanwijzingen opvolgen, met uitzondering van aanwijzingen tot het ondergaan van een ingreep van heelkundige aard.
6. Artikel 36, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.