BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 87
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. De disciplinaire straffen die kunnen worden opgelegd, zijn:
a. schriftelijke berisping;
b. buitengewone dienst op andere dagen dan zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag;
c. vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met ten hoogste een derde gedeelte van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat;
d. geldboete van ten hoogste € 22;
e. gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand;
f. vaststelling van het salaris in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, op het bedrag behorend bij een salarisnummer dat maximaal twee salarisnummers lager is dan voor de ambtenaar geldt, of indien voor de functie waarin de ambtenaar is geplaatst geen salarisschaal geldt, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van ten hoogste twee jaren;
g. het niet toekennen van een hoger salarisnummer gedurende ten hoogste vier jaren;
h. uitsluiting voor de tijd van ten hoogste vier jaren van indeling in een salarisschaal waarvoor een hoger maximumsalaris geldt, indien zodanige indeling anders volgens de daarvoor geldende regeling zou hebben plaatsgevonden;
i. indeling in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt dan dat verbonden aan de salarisschaal welke ingevolge het BBRA 1984 behoort te gelden, een en ander al dan niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
j. verplaatsing, al dan niet met verlening van een tegemoetkoming in mogelijke verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag, dat in geval van verplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar;
k. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging; indien deze straf aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar is opgelegd, is artikel 93, derde lid, van overeenkomstige toepassing;
l. ontslag.
2. Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onder g, h of i, is opgelegd, kan, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het tot oplegging van de straf bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven, zijn positie met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming worden gebracht met de positie, zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest.
3. Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de ambtenaar zich gedurende een vastgestelde termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim, als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en hij zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel gestelde bijzondere voorwaarden.
a. schriftelijke berisping;
b. buitengewone dienst op andere dagen dan zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag;
c. vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met ten hoogste een derde gedeelte van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat;
d. geldboete van ten hoogste € 22;
e. gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand;
f. vaststelling van het salaris in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, op het bedrag behorend bij een salarisnummer dat maximaal twee salarisnummers lager is dan voor de ambtenaar geldt, of indien voor de functie waarin de ambtenaar is geplaatst geen salarisschaal geldt, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van ten hoogste twee jaren;
g. het niet toekennen van een hoger salarisnummer gedurende ten hoogste vier jaren;
h. uitsluiting voor de tijd van ten hoogste vier jaren van indeling in een salarisschaal waarvoor een hoger maximumsalaris geldt, indien zodanige indeling anders volgens de daarvoor geldende regeling zou hebben plaatsgevonden;
i. indeling in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt dan dat verbonden aan de salarisschaal welke ingevolge het BBRA 1984 behoort te gelden, een en ander al dan niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
j. verplaatsing, al dan niet met verlening van een tegemoetkoming in mogelijke verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag, dat in geval van verplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar;
k. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging; indien deze straf aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar is opgelegd, is artikel 93, derde lid, van overeenkomstige toepassing;
l. ontslag.
2. Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onder g, h of i, is opgelegd, kan, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het tot oplegging van de straf bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven, zijn positie met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming worden gebracht met de positie, zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest.
3. Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de ambtenaar zich gedurende een vastgestelde termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim, als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en hij zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel gestelde bijzondere voorwaarden.