BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 69
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. De ambtenaar is verplicht aan Onze Minister, op een door Onze Minister te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
2. Onze Minister voert een registratie op basis van de op grond van het eerste lid gedane opgaven.
3. Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. Van verboden nevenwerkzaamheden als bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval sprake indien een consulaire betrekking van een andere mogendheid wordt aanvaard zonder bij koninklijk besluit verleende voorafgaande machtiging.
4. Bij plaatsing buiten Nederland draagt de ambtenaar er zorg voor, indien zijn gezinsleden hem in het buitenland vergezellen en zij ter plaatse werkzaamheden verrichten, dat deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de wetten van dan wel overeenkomsten met dat land en tevens niet schadelijk kunnen zijn voor het functioneren van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.
2. Onze Minister voert een registratie op basis van de op grond van het eerste lid gedane opgaven.
3. Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. Van verboden nevenwerkzaamheden als bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval sprake indien een consulaire betrekking van een andere mogendheid wordt aanvaard zonder bij koninklijk besluit verleende voorafgaande machtiging.
4. Bij plaatsing buiten Nederland draagt de ambtenaar er zorg voor, indien zijn gezinsleden hem in het buitenland vergezellen en zij ter plaatse werkzaamheden verrichten, dat deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de wetten van dan wel overeenkomsten met dat land en tevens niet schadelijk kunnen zijn voor het functioneren van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.