BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 117
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding legt de werknemer ten overstaan van een door Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaar de navolgende eed of belofte af:
"Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk.
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn betrekking aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/beloof dat ik om iets in mijn werkzaamheden te doen of te laten, van niemand enige belofte of geschenk aannemen zal, en dat ik mij als een goed werknemer, zal gedragen, de mij verstrekte opdrachten zal volbrengen, en de zaken waarvan ik door mijn werkzaamheden kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter weet of moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!
(Dat verklaar en beloof ik)."
2. Indien de werknemer niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit, blijft de eerste zin van de eed of belofte achterwege.
3. De op de voet van artikel 114of 115indienstgenomen werknemer legt de in het eerste en tweede lid bedoelde eed of belofte alleen af, indien de door deze te vervullen functie zulks, naar het oordeel van het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, wettigt.
"Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk.
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn betrekking aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/beloof dat ik om iets in mijn werkzaamheden te doen of te laten, van niemand enige belofte of geschenk aannemen zal, en dat ik mij als een goed werknemer, zal gedragen, de mij verstrekte opdrachten zal volbrengen, en de zaken waarvan ik door mijn werkzaamheden kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter weet of moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!
(Dat verklaar en beloof ik)."
2. Indien de werknemer niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit, blijft de eerste zin van de eed of belofte achterwege.
3. De op de voet van artikel 114of 115indienstgenomen werknemer legt de in het eerste en tweede lid bedoelde eed of belofte alleen af, indien de door deze te vervullen functie zulks, naar het oordeel van het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, wettigt.