BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 43c
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt jaarlijks ten hoogste 120 uren buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van statutaire organen van verenigingen van ambtenaren, van centrale organisaties waarbij deze verenigingen zijn aangesloten of van internationale ambtenarenorganisaties, mits de ambtenaar hieraan deelneemt:
a. indien het vergaderingen betreft van verenigingen van ambtenaren: als bestuurslid van die vereniging dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een onderdeel daarvan;
b. indien het vergaderingen betreft van centrale organisaties waarbij verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten: als bestuurslid van die centrale organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren;
c. indien het vergaderingen betreft van een internationale ambtenarenorganisatie: als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren.
2. Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar, die door een centrale als bedoeld in artikel 142, derde lid, of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.
3. Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar voor het – op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren – als cursist deelnemen aan een cursus, met dien verstande dat dit verlof ten hoogste 48 uren per twee jaren bedraagt.
4. Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid, onder a en b, van het ARAR en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten;
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die centrale aangesloten organisaties;
c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie.
5. Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
6. Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van georganiseerd overleg in ambtenarenzaken. Dit geldt eveneens voor een voorvergadering per in de eerste volzin bedoelde vergadering.
a. indien het vergaderingen betreft van verenigingen van ambtenaren: als bestuurslid van die vereniging dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een onderdeel daarvan;
b. indien het vergaderingen betreft van centrale organisaties waarbij verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten: als bestuurslid van die centrale organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren;
c. indien het vergaderingen betreft van een internationale ambtenarenorganisatie: als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren.
2. Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar, die door een centrale als bedoeld in artikel 142, derde lid, of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.
3. Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar voor het – op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren – als cursist deelnemen aan een cursus, met dien verstande dat dit verlof ten hoogste 48 uren per twee jaren bedraagt.
4. Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid, onder a en b, van het ARAR en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten;
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die centrale aangesloten organisaties;
c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie.
5. Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
6. Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van georganiseerd overleg in ambtenarenzaken. Dit geldt eveneens voor een voorvergadering per in de eerste volzin bedoelde vergadering.