BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 128
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Indien ten behoeve van werknemers verplichtingen bestaan tot deelname aan al dan niet lokale oudedagsvoorzieningen, sociale verzekeringen of andere sociale voorzieningen, worden deze werknemers daarvoor aangemeld door het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.
2. Indien geen verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, bestaan, doch naar het oordeel van Onze Minister passende mogelijkheden bestaan, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Aan de werknemer kan een deel van de premie worden vergoed van een door hem af te sluiten verzekering die voorziet in de opbouw van een oudedags-, nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidsvoorziening indien:
a. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken of de werknemer er niet voor kan worden aangemeld; of
b. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht.
4. Indien zich bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland een situatie voordoet als bedoeld in het derde lid, wordt dit, tezamen met de daarbij geldende voorwaarden, opgenomen in de voor die vertegenwoordiging geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 123, eerste lid.
2. Indien geen verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, bestaan, doch naar het oordeel van Onze Minister passende mogelijkheden bestaan, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Aan de werknemer kan een deel van de premie worden vergoed van een door hem af te sluiten verzekering die voorziet in de opbouw van een oudedags-, nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidsvoorziening indien:
a. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken of de werknemer er niet voor kan worden aangemeld; of
b. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht.
4. Indien zich bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland een situatie voordoet als bedoeld in het derde lid, wordt dit, tezamen met de daarbij geldende voorwaarden, opgenomen in de voor die vertegenwoordiging geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 123, eerste lid.