BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 50c
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. De ambtenaar die in contact staat, of kort geleden gestaan heeft, met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de <a href="/wet/BWBR0024705" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet publieke gezondheid</a>bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst slechts verrichten en heeft slechts toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen indien hem daartoe toestemming is verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend na positief medisch advies van de deskundige persoon of de arbodienst.
2. De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
3. Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge het bepaalde in dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging.
2. De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
3. Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge het bepaalde in dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging.