BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 112
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Indien de ambtenaar ten tijde van diens overlijden een tegemoetkoming genoot in de zin van artikel 36, eerste lid, wordt deze gedurende ten hoogste drie maanden, of zoveel langer als aantoonbaar onvermijdelijk blijkt, doorbetaald ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zover deze tegemoetkoming verband houdt met hun verblijf buiten Nederland.
2. Indien de ambtenaar overlijdt gedurende het tijdvak waarover aan hem de in het derde lid van artikel 36genoemde tegemoetkoming is toegekend, worden de in dat lid bedoelde regels toegepast ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. De hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de ambtenaar niet overleden.
3. Indien de ambtenaar overlijdt gedurende een plaatsing buiten Nederland en de nagelaten gezinsleden verkiezen naar Nederland terug te keren, gelden de in het derde lid van artikel 36bedoelde regels eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regels voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de toepassing van de regels dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de ambtenaar is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van het eerste lid, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 36, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden.
2. Indien de ambtenaar overlijdt gedurende het tijdvak waarover aan hem de in het derde lid van artikel 36genoemde tegemoetkoming is toegekend, worden de in dat lid bedoelde regels toegepast ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. De hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de ambtenaar niet overleden.
3. Indien de ambtenaar overlijdt gedurende een plaatsing buiten Nederland en de nagelaten gezinsleden verkiezen naar Nederland terug te keren, gelden de in het derde lid van artikel 36bedoelde regels eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regels voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de toepassing van de regels dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de ambtenaar is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van het eerste lid, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 36, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden.