BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 60
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. De ambtenaar is verplicht een eed of een belofte af te leggen.
2. De ambtenaar legt zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding in handen van Onze Minister of van een door deze aangewezen ambtenaar de navolgende eed of belofte af:
«Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk. Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/beloof dat ik om iets te doen of te laten in mijn functie van niemand enige belofte of geschenk aannemen zal.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als ambtenaar steeds zal verrichten overeenkomstig de mij gegeven voorschriften en aanwijzingen, en dat ik de belangen van het Koninkrijk zal voorstaan en bevorderen.
Ik zweer/beloof dat ik de zaken waarvan ik als ambtenaar kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter moet begrijpen niet zal openbaren aan anderen dan aan hen aan wie ik volgens de wet of uit hoofde van mijn werkzaamheden tot mededeling verplicht ben.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!
(Dat verklaar en beloof ik).»
3. Alvorens voor de eerste maal een functie als hoofd van een vaste diplomatieke zending dan wel van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie te aanvaarden, hernieuwt de betrokkene de in het tweede lid genoemde eed of belofte in handen van de Koning. In dat geval wordt het woord «aanstelling» vervangen door «benoeming als hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk «benoeming als hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie» en wordt het woord «ambtenaar» vervangen door «hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk« hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie». In geval van verhindering van de Koning wordt de hernieuwde eed of belofte afgelegd in handen van Onze Minister. Bestaat ook daartoe geen gelegenheid, dan wordt de hernieuwde eed of belofte schriftelijk afgelegd.
2. De ambtenaar legt zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding in handen van Onze Minister of van een door deze aangewezen ambtenaar de navolgende eed of belofte af:
«Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk. Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/beloof dat ik om iets te doen of te laten in mijn functie van niemand enige belofte of geschenk aannemen zal.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als ambtenaar steeds zal verrichten overeenkomstig de mij gegeven voorschriften en aanwijzingen, en dat ik de belangen van het Koninkrijk zal voorstaan en bevorderen.
Ik zweer/beloof dat ik de zaken waarvan ik als ambtenaar kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter moet begrijpen niet zal openbaren aan anderen dan aan hen aan wie ik volgens de wet of uit hoofde van mijn werkzaamheden tot mededeling verplicht ben.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!
(Dat verklaar en beloof ik).»
3. Alvorens voor de eerste maal een functie als hoofd van een vaste diplomatieke zending dan wel van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie te aanvaarden, hernieuwt de betrokkene de in het tweede lid genoemde eed of belofte in handen van de Koning. In dat geval wordt het woord «aanstelling» vervangen door «benoeming als hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk «benoeming als hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie» en wordt het woord «ambtenaar» vervangen door «hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk« hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie». In geval van verhindering van de Koning wordt de hernieuwde eed of belofte afgelegd in handen van Onze Minister. Bestaat ook daartoe geen gelegenheid, dan wordt de hernieuwde eed of belofte schriftelijk afgelegd.