BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 50
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Onze Minister verricht zijn taak met betrekking tot de begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding op grond van de <a href="/wet/BWBR0010346" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Arbeidsomstandighedenwet</a>, dan wel zoveel mogelijk overeenkomstig die wet indien het de bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste ambtenaar betreft, alsmede op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk.
2. Ter voorbereiding op plaatsing buiten Nederland, gedurende plaatsing buiten Nederland en in verband met terugplaatsing naar Nederland omvat de arbeidsgezondheidskundige begeleiding tevens de gezondheidskundige begeleiding van de gezinsleden van de ambtenaar.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.
4. De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, maar in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden.
5. Onze Minister kan ten aanzien van de ambtenaar die korter dan een jaar volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, bepalen dat hij zijn arbeid slechts mag hervatten nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend.
6. De ambtenaar die wegens ziekte gedurende een jaar of langer volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten mag zijn arbeid slechts hervatten, nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend.
7. De in het vijfde en zesde lid bedoelde toestemming wordt eerst verleend nadat er een medisch advies is van de deskundige persoon of de arbodienst.
2. Ter voorbereiding op plaatsing buiten Nederland, gedurende plaatsing buiten Nederland en in verband met terugplaatsing naar Nederland omvat de arbeidsgezondheidskundige begeleiding tevens de gezondheidskundige begeleiding van de gezinsleden van de ambtenaar.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.
4. De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, maar in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden.
5. Onze Minister kan ten aanzien van de ambtenaar die korter dan een jaar volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, bepalen dat hij zijn arbeid slechts mag hervatten nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend.
6. De ambtenaar die wegens ziekte gedurende een jaar of langer volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten mag zijn arbeid slechts hervatten, nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend.
7. De in het vijfde en zesde lid bedoelde toestemming wordt eerst verleend nadat er een medisch advies is van de deskundige persoon of de arbodienst.