BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 7
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken omvat het in Nederland gevestigde deel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, verder aangeduid met departement, en de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland.
2. De vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland kunnen zijn:
a. vaste diplomatieke zendingen, te weten ambassades en gezantschappen;
b. permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk bij internationale organisaties, ook als deze in Nederland zijn gevestigd;
c. consulaire posten, te weten consulaten-generaal, consulaten, vice-consulaten en consulaire agentschappen;
d. tijdelijke diplomatieke zendingen;
e. andere, naar het oordeel van Onze Minister met de onder a tot en met d vergelijkbare, posten.
3. De in het tweede lid genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden bij koninklijk besluit naar behoefte ingesteld, geopend, verplaatst, gesloten en opgeheven; bij de instelling worden hun hoedanigheid en plaats van vestiging of bestemming bepaald.
4. Het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending omvat het grondgebied van de staat of de staten waar de zending wordt onderhouden.
5. Onze Minister bepaalt voor elke consulaire post een ressort en kan dit naar behoefte wijzigen. Binnen de ressorten van consulaire posten kan hij sub-ressorten instellen voor consulaire posten van dezelfde of lagere orde.
6. Consulaire posten die zich binnen het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending bevinden zijn daaraan ondergeschikt tenzij Onze Minister anders bepaalt.
2. De vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland kunnen zijn:
a. vaste diplomatieke zendingen, te weten ambassades en gezantschappen;
b. permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk bij internationale organisaties, ook als deze in Nederland zijn gevestigd;
c. consulaire posten, te weten consulaten-generaal, consulaten, vice-consulaten en consulaire agentschappen;
d. tijdelijke diplomatieke zendingen;
e. andere, naar het oordeel van Onze Minister met de onder a tot en met d vergelijkbare, posten.
3. De in het tweede lid genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden bij koninklijk besluit naar behoefte ingesteld, geopend, verplaatst, gesloten en opgeheven; bij de instelling worden hun hoedanigheid en plaats van vestiging of bestemming bepaald.
4. Het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending omvat het grondgebied van de staat of de staten waar de zending wordt onderhouden.
5. Onze Minister bepaalt voor elke consulaire post een ressort en kan dit naar behoefte wijzigen. Binnen de ressorten van consulaire posten kan hij sub-ressorten instellen voor consulaire posten van dezelfde of lagere orde.
6. Consulaire posten die zich binnen het ambtsgebied van een vaste diplomatieke zending bevinden zijn daaraan ondergeschikt tenzij Onze Minister anders bepaalt.