BWBR0004052
Geldig vanaf 2012-04-26
Artikel 145
Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
1. a. De Commissie van Bezwaar bestaat uit de volgende leden:
1°. een voorzitter;
2°. een of meer plaatsvervangende voorzitters;
3°. drie of meer leden-niet-ambtenaren, en
4°. negen of meer leden-ambtenaren.
b. De leden worden door Onze Minister benoemd en ontslagen.
c. De voorzitter en plaatsvervangende voorzitters zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister en Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, en dienen bij voorkeur te behoren of te hebben behoord tot de Nederlandse rechterlijke macht. Zij worden telkenmale voor een periode van vier jaar benoemd.
d. Leden-niet-ambtenaren worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, benoemd op voordracht van, evenwel niet uit, de ondernemingsraad.
e. Geen lid kunnen zijn: ambtenaren die buiten Nederland of bij de personeelsdienst zijn geplaatst, alsmede degenen die ophouden ambtenaar te zijn.
f. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder aof door een werknemer als bedoeld in artikel 115die in dienst is genomen ter ondersteuning van een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie.
2. Met inachtneming van het eerste lid bepaalt Onze Minister:
a. om welke redenen de leden kunnen worden geschorst en ontslagen;
b. de wijze waarop de leden aftreden.
3. De vergoeding van de voorzitter, plaatsvervangende voorzitters en de leden-niet-ambtenaren wordt door Onze Minister vastgesteld.
4. De leden van de Commissie van Bezwaar, alsmede de in het vijfde lid genoemde secretarissen, zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de beraadslagingen in de Commissie.
5. Onze Minister voegt een secretaris en zonodig een plaatsvervangend secretaris aan de Commissie van Bezwaar toe.
6. a. Voor het behandelen van bezwaren vormt en bezet de Commissie van Bezwaar op voorstel van de voorzitter meervoudige kamers. Elke kamer bestaat uit: 1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter;
2°. één lid-niet-ambtenaar en
3°. één of drie leden-ambtenaren.
1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter;
2°. één lid-niet-ambtenaar en
3°. één of drie leden-ambtenaren.
b. Bij een bezwaar als bedoeld in artikel 147 bestaat de kamer uit: 1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en
2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één lid-ambtenaar.
1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en
2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één lid-ambtenaar.
1°. een voorzitter;
2°. een of meer plaatsvervangende voorzitters;
3°. drie of meer leden-niet-ambtenaren, en
4°. negen of meer leden-ambtenaren.
b. De leden worden door Onze Minister benoemd en ontslagen.
c. De voorzitter en plaatsvervangende voorzitters zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister en Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, en dienen bij voorkeur te behoren of te hebben behoord tot de Nederlandse rechterlijke macht. Zij worden telkenmale voor een periode van vier jaar benoemd.
d. Leden-niet-ambtenaren worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, benoemd op voordracht van, evenwel niet uit, de ondernemingsraad.
e. Geen lid kunnen zijn: ambtenaren die buiten Nederland of bij de personeelsdienst zijn geplaatst, alsmede degenen die ophouden ambtenaar te zijn.
f. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder aof door een werknemer als bedoeld in artikel 115die in dienst is genomen ter ondersteuning van een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie.
2. Met inachtneming van het eerste lid bepaalt Onze Minister:
a. om welke redenen de leden kunnen worden geschorst en ontslagen;
b. de wijze waarop de leden aftreden.
3. De vergoeding van de voorzitter, plaatsvervangende voorzitters en de leden-niet-ambtenaren wordt door Onze Minister vastgesteld.
4. De leden van de Commissie van Bezwaar, alsmede de in het vijfde lid genoemde secretarissen, zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de beraadslagingen in de Commissie.
5. Onze Minister voegt een secretaris en zonodig een plaatsvervangend secretaris aan de Commissie van Bezwaar toe.
6. a. Voor het behandelen van bezwaren vormt en bezet de Commissie van Bezwaar op voorstel van de voorzitter meervoudige kamers. Elke kamer bestaat uit: 1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter;
2°. één lid-niet-ambtenaar en
3°. één of drie leden-ambtenaren.
1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter;
2°. één lid-niet-ambtenaar en
3°. één of drie leden-ambtenaren.
b. Bij een bezwaar als bedoeld in artikel 147 bestaat de kamer uit: 1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en
2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één lid-ambtenaar.
1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en
2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één lid-ambtenaar.