BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 76e
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is verleend, trekt de Bank de vergunning in op het tijdstip waarop die machtiging is verleend, of zo spoedig mogelijk daarna, voor zover de kredietinstelling onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip nog een vergunning heeft.
2. Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c, is verleend, trekt de Bank de vergunning in op het tijdstip waarop tijdens de noodregeling voor de eerste keer activa van de kredietinstelling te gelde worden gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden, of zo spoedig mogelijk na bedoeld tijdstip, voor zover de kredietinstelling onmiddellijk voorafgaand aan het voor de eerste keer te gelde maken nog een vergunning heeft. De bewindvoerder stelt de Bank in kennis van het voor de eerste keer te gelde maken van de activa, zo mogelijk voorafgaand aan het te gelde maken, of anders onverwijld daarna, tenzij de vergunning reeds is ingetrokken.
2. Indien een machtiging als bedoeld in artikel 75, eerste lid, aanhef en onderdeel c, is verleend, trekt de Bank de vergunning in op het tijdstip waarop tijdens de noodregeling voor de eerste keer activa van de kredietinstelling te gelde worden gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden, of zo spoedig mogelijk na bedoeld tijdstip, voor zover de kredietinstelling onmiddellijk voorafgaand aan het voor de eerste keer te gelde maken nog een vergunning heeft. De bewindvoerder stelt de Bank in kennis van het voor de eerste keer te gelde maken van de activa, zo mogelijk voorafgaand aan het te gelde maken, of anders onverwijld daarna, tenzij de vergunning reeds is ingetrokken.