BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 74
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft ten gevolge, dat de kredietinstelling niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar verplichtingen; aangevangen executies worden geschorst; gelegde beslagen vervallen. Artikel 36 van de Faillissementswetis van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde verplichtingen. Voorts zijn de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswetvan overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar genoemde bevoegdheden van de rechter-commissaris worden uitgeoefend door de rechtbank, indien niet op de voet van artikel 73, tweede lid, een rechter-commissaris is benoemd. Hetgeen in de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswetis bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 76geldt het bij het eerste lid bepaalde niet ten aanzien van vorderingen welke voortvloeien uit handelingen, met de kredietinstelling dan wel het bijkantoor na de verklaring verricht, noch voor vorderingen als bedoeld in artikel 232 van de Faillissementswet, noch voor vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Overigens zijn de artikelen 234 tot en met 241e van de Faillissementswetvan overeenkomstige toepassing.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 76geldt het bij het eerste lid bepaalde niet ten aanzien van vorderingen welke voortvloeien uit handelingen, met de kredietinstelling dan wel het bijkantoor na de verklaring verricht, noch voor vorderingen als bedoeld in artikel 232 van de Faillissementswet, noch voor vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Overigens zijn de artikelen 234 tot en met 241e van de Faillissementswetvan overeenkomstige toepassing.