BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 69
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling, welke tot algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar bedrijf dan wel tot ontbinding heeft besloten, is verplicht de Bank te raadplegen en aan de Bank mededeling te doen van de wijze waarop de liquidatie onderscheidenlijk de ontbinding zal plaatsvinden ten minste dertien weken, voordat aan het besluit uitvoering wordt gegeven; de Bank kan deze termijn verkorten. De Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>. Ingeval een kredietinstelling als bedoeld in de eerste volzin besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 19, vierde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23, eerste en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23a, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 23, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/23a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23a, eerste lid</a>, gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 6, derde lid, is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid;
b. een kredietinstelling, die op grond van artikel 31, vierde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 31, vijfde lid, is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid;
c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 38, vierde lid, is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 6, derde lid, is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid;
b. een kredietinstelling, die op grond van artikel 31, vierde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 31, vijfde lid, is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid;
c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 38, vierde lid, is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid.