BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 66
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, is Onze Minister onderscheidenlijk de Bank bevoegd ten behoeve van een instantie die werkzaam is in een Staat die met Nederland partij is bij een verdrag of die met Nederland valt onder eenzelfde bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, en die in die Staat belast is met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op het kredietwezen, inlichtingen te vragen aan of een onderzoek in te stellen of te doen instellen bij een ieder die ingevolge deze wet onder zijn respectievelijk haar toezicht valt dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld.
2. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd, is verplicht deze gegevens of inlichtingen binnen een door Onze minister onderscheidenlijk de Bank te stellen termijn te verstrekken.
2. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd, is verplicht deze gegevens of inlichtingen binnen een door Onze minister onderscheidenlijk de Bank te stellen termijn te verstrekken.