BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 17
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Een kredietinstelling, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen en die voornemens is één van de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn door middel van het verrichten van diensten in een andere Lid-Staat voor de eerste maal in die Lid-Staat uit te oefenen, geeft, alvorens daartoe over te gaan, de Bank steeds van haar voornemen schriftelijk kennis.
2. De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden onder opgave van:
a. de Lid-Staat waarin de kredietinstelling voornemens is de werkzaamheden te verrichten;
b. de werkzaamheden welke de kredietinstelling voornemens is te verrichten.
3. De Bank doet binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid en de gegevens als bedoeld in het tweede lid, mededeling van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat als bedoeld in het tweede lid, onder <em>a</em>. De Bank stelt de kredietinstelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis.
2. De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden onder opgave van:
a. de Lid-Staat waarin de kredietinstelling voornemens is de werkzaamheden te verrichten;
b. de werkzaamheden welke de kredietinstelling voornemens is te verrichten.
3. De Bank doet binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid en de gegevens als bedoeld in het tweede lid, mededeling van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat als bedoeld in het tweede lid, onder <em>a</em>. De Bank stelt de kredietinstelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis.