BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 27
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Bank vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling waardoor de omvang van deze deelneming:
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
2. Een kredietinstelling stelt, voor zover haar bekend, de Bank in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling houdt. Tevens stelt de kredietinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Bank in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze instelling waardoor de omvang van deze deelneming:
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
3. De Bank stelt Onze minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.
4. De Bank stelt de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van een gekwalificeerde deelneming onder vermelding van de omvang van die deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23is verleend en waarop de vrijstelling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>van toepassing is.
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
2. Een kredietinstelling stelt, voor zover haar bekend, de Bank in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling houdt. Tevens stelt de kredietinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Bank in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze instelling waardoor de omvang van deze deelneming:
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
3. De Bank stelt Onze minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.
4. De Bank stelt de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van een gekwalificeerde deelneming onder vermelding van de omvang van die deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23is verleend en waarop de vrijstelling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>van toepassing is.