BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 72
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. De bewindvoerders oefenen bij uitsluiting alle bevoegdheden van de organen van de kredietinstelling uit.
2. De bewindvoerders waken voor de belangen der gezamenlijke schuldeisers.
3. De organen van de kredietinstelling zijn verplicht alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking te verlenen.
4. Indien meer dan een bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder, aan wie bij de beschikking van de rechtbank, bedoeld in artikel 71, zevende lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.
5. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem en de Bank gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of hem een of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van hemzelf, de andere bewindvoerders, de Bank of een of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
6. De bewindvoerders brengen tijdens de uitoefening van hun bevoegdheden telkens na verloop van drie maanden alsmede na beëindiging daarvan zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank.
7. Het loon van de deskundigen, aangewezen ingevolge artikel 71, vijfde lid, alsook het loon en de verschotten van de bewindvoerders worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.
2. De bewindvoerders waken voor de belangen der gezamenlijke schuldeisers.
3. De organen van de kredietinstelling zijn verplicht alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking te verlenen.
4. Indien meer dan een bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder, aan wie bij de beschikking van de rechtbank, bedoeld in artikel 71, zevende lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.
5. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem en de Bank gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of hem een of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van hemzelf, de andere bewindvoerders, de Bank of een of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
6. De bewindvoerders brengen tijdens de uitoefening van hun bevoegdheden telkens na verloop van drie maanden alsmede na beëindiging daarvan zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank.
7. Het loon van de deskundigen, aangewezen ingevolge artikel 71, vijfde lid, alsook het loon en de verschotten van de bewindvoerders worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.