BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 38a
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Het is een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde onderneming of instelling verboden door middel van het verrichten van diensten in Nederland gelden ter beschikking te krijgen in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft.
2. Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden.
3. De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden.
2. Onze minister kan ondernemingen of instellingen die behoren tot een onderscheiden categorie ondernemingen of instellingen vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die ondernemingen of instellingen dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Onze minister kan aan de vrijstelling voorschriften verbinden.
3. De Bank kan een onderneming of instelling ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, indien het karakter van het bedrijf van die onderneming of instelling dat rechtvaardigt, mits zulks naar haar oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. De Bank kan aan haar beschikking voorschriften verbinden.