BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 49
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. Een financiële instelling, die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, heeft verkregen en die het bedrijf, dat zij in Nederland uitoefent, door middel van het verrichten van diensten in een andere Lid-Staat voor de eerste maal na de verkrijging van de verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, in die Lid-Staat uitoefent dan wel voornemens is uit te oefenen, dient de Bank daarvan schriftelijk kennis te geven.
2. De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden onder opgave van:
a. de Lid-Staat waarin de financiële instelling de werkzaamheden voornemens is te verrichten;
b. de werkzaamheden welke de financiële instelling voornemens is te verrichten.
3. De Bank doet binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid en de gegevens als bedoeld in het tweede lid, mededeling van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat als bedoeld in het tweede lid, onder <em>a</em>. De Bank stelt de financiële instelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis.
2. De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden onder opgave van:
a. de Lid-Staat waarin de financiële instelling de werkzaamheden voornemens is te verrichten;
b. de werkzaamheden welke de financiële instelling voornemens is te verrichten.
3. De Bank doet binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid en de gegevens als bedoeld in het tweede lid, mededeling van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, aan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat als bedoeld in het tweede lid, onder <em>a</em>. De Bank stelt de financiële instelling schriftelijk van het doen van deze mededeling in kennis.