BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 67a
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. De Bank werkt samen met de autoriteiten die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0004809" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>, de <a href="/wet/BWBR0007657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>, de <a href="/wet/BWBR0007477" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf</a>onderscheidenlijk de <a href="/wet/BWBR0006509" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993</a>, belast zijn met het toezicht op beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, natura-uitvaartverzekeraars onderscheidenlijk verzekeraars, met het oog op het tot stand brengen van gelijkgerichte regelgeving en beleid ter zake van bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwerpen die zowel het toezicht ingevolge deze wet als het toezicht ingevolge een van de eerdergenoemde wetten betreffen.
2. De Bank voert het toezicht ingevolge deze wet, voor zover het betrekking heeft op de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, uit met inachtneming van daartoe met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten te sluiten overeenkomsten. Deze overeenkomsten bevatten afspraken over coördinatie en afstemming van regelgeving en beleid, en in voorkomende gevallen over uitvoering van toezicht. De Bank draagt er zorg voor dat zij of een van de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten een afschrift van de gesloten overeenkomsten zendt aan Onze Minister.
3. Binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar draagt de Bank in samenwerking met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten zorg voor een gezamenlijk verslag dat openbaar wordt gemaakt en waarin melding wordt gemaakt van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het eerste en tweede lid.
2. De Bank voert het toezicht ingevolge deze wet, voor zover het betrekking heeft op de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, uit met inachtneming van daartoe met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten te sluiten overeenkomsten. Deze overeenkomsten bevatten afspraken over coördinatie en afstemming van regelgeving en beleid, en in voorkomende gevallen over uitvoering van toezicht. De Bank draagt er zorg voor dat zij of een van de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten een afschrift van de gesloten overeenkomsten zendt aan Onze Minister.
3. Binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar draagt de Bank in samenwerking met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten zorg voor een gezamenlijk verslag dat openbaar wordt gemaakt en waarin melding wordt gemaakt van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het eerste en tweede lid.