BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 47
Wet toezicht kredietwezen 1992
De Bank kan een verklaring van ondertoezichtstelling intrekken, indien:
a. de financiële instelling daarom verzoekt;
b. de onderneming of instelling, aan welke de verklaring van ondertoezichtstelling is verleend, opgehouden heeft een financiële instelling te zijn;
c. de financiële instelling niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 46, onder a;
d. met betrekking tot de financiële instelling niet meer wordt voldaan aan het in artikel 46, onder b, c of d bepaalde of het in de artikelen 24, 26 of 27, eerste lid, bepaalde niet wordt nageleefd;
e. de financiële instelling het bij of krachtens de artikelen 11, 20, 22, 22a en 27, tweede lid, bepaalde niet naleeft; of
f. de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van ondertoezichtstelling zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
a. de financiële instelling daarom verzoekt;
b. de onderneming of instelling, aan welke de verklaring van ondertoezichtstelling is verleend, opgehouden heeft een financiële instelling te zijn;
c. de financiële instelling niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 46, onder a;
d. met betrekking tot de financiële instelling niet meer wordt voldaan aan het in artikel 46, onder b, c of d bepaalde of het in de artikelen 24, 26 of 27, eerste lid, bepaalde niet wordt nageleefd;
e. de financiële instelling het bij of krachtens de artikelen 11, 20, 22, 22a en 27, tweede lid, bepaalde niet naleeft; of
f. de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van ondertoezichtstelling zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.