BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 66
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Particuliere inrichtingen zijn in Nederland gevestigde rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid tot wier doelstelling opvang en behandeling van jeugdigen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011756/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel f, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>behoren en die daartoe door Onze Minister van Justitie zijn aangewezen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanwijzing als particuliere inrichting en de daaraan te verbinden voorwaarden. Artikel 61, derde lid, en artikel 62, aanhef en onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het beheer van een particuliere inrichting berust bij de directeur, die door het bestuur benoemd wordt. De directeur van een particuliere inrichting wijst met machtiging van het bestuur een of meer personen als zijn vervanger aan.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanwijzing als particuliere inrichting en de daaraan te verbinden voorwaarden. Artikel 61, derde lid, en artikel 62, aanhef en onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het beheer van een particuliere inrichting berust bij de directeur, die door het bestuur benoemd wordt. De directeur van een particuliere inrichting wijst met machtiging van het bestuur een of meer personen als zijn vervanger aan.