BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 52
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Iedere klager, alsmede de voor een voorziening of instelling ingestelde cliëntenraad kan de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de uitvoerder of de instelling is gevestigd, schriftelijk verzoeken deze te bevelen het bepaalde in artikel 48, eerste lid, na te leven.
2. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de uitvoerder of de instelling heeft verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
3. De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de uitvoerder of de instelling de verplichting opleggen bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.
4. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingzijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de uitvoerder of de instelling heeft verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
3. De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de uitvoerder of de instelling de verplichting opleggen bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.
4. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingzijn van overeenkomstige toepassing.