BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 51
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Bij verordening worden regels gesteld betreffende de werkwijze van de provinciale klachtencommissie, waaronder de voorziening in een secretariaat en de vergoeding van de kosten, alsmede betreffende het aanhangig maken van klachten.
2. De provinciale klachtencommissie doet na de behandeling van een klacht schriftelijk aan de klager en de betrokken uitvoerder of instelling mededeling van haar oordeel over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen.
3. De uitvoerder of instelling deelt de klager en de provinciale klachtencommissie zo spoedig mogelijk na ontvangst van het in het tweede lid bedoelde oordeel schriftelijk mede of en zo ja welke maatregelen naar aanleiding van dat oordeel zullen worden genomen.
4. De provinciale klachtencommissie kan na gehele of ten dele gegrondbevinding van een klacht, indien naar haar oordeel niet binnen een redelijke termijn een mededeling als bedoeld in het derde lid is gedaan of indien de mededeling daartoe aanleiding geeft, haar oordeel over de klacht met de ontvangen mededeling, met uitzondering voor zover mogelijk van de gegevens omtrent de persoon van de klager, openbaar maken.
5. De provinciale klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten, de categorieën van instanties waarop de klachten betrekking hadden, alsmede de resultaten van de klachtenbehandeling worden aangegeven.
2. De provinciale klachtencommissie doet na de behandeling van een klacht schriftelijk aan de klager en de betrokken uitvoerder of instelling mededeling van haar oordeel over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen.
3. De uitvoerder of instelling deelt de klager en de provinciale klachtencommissie zo spoedig mogelijk na ontvangst van het in het tweede lid bedoelde oordeel schriftelijk mede of en zo ja welke maatregelen naar aanleiding van dat oordeel zullen worden genomen.
4. De provinciale klachtencommissie kan na gehele of ten dele gegrondbevinding van een klacht, indien naar haar oordeel niet binnen een redelijke termijn een mededeling als bedoeld in het derde lid is gedaan of indien de mededeling daartoe aanleiding geeft, haar oordeel over de klacht met de ontvangen mededeling, met uitzondering voor zover mogelijk van de gegevens omtrent de persoon van de klager, openbaar maken.
5. De provinciale klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten, de categorieën van instanties waarop de klachten betrekking hadden, alsmede de resultaten van de klachtenbehandeling worden aangegeven.