BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 10
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Provinciale staten stellen jaarlijks telkens voor vier jaren een plan vast ten aanzien van de regionale voorzieningen.
2. Het plan voorziet voor elke regio in een patroon van voorzieningen, dat zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften en dat evenwichtig is opgebouwd uit hulpverlening van de typen, genoemd in artikel 1, tweede lid. Het plan voorziet in ieder geval in een genoegzaam aanbod van jeugdhulpverlening ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een maatregel van justitiële kinderbescherming is toegepast. Het bepaalde in de voorgaande volzin geldt eveneens ten aanzien van jeugdigen voor wie voortzetting van hulp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, 3°, noodzakelijk is. Voorts voorziet het plan er in ieder geval in dat in de provincie één of meer advies- en meldpunten kindermishandeling, als bedoeld in artikel 34a, werkzaam zijn. Onze ministers kunnen in verband met de tweede, derde en vierde volzin richtlijnen geven omtrent de inhoud van het provinciale plan.
3. In het plan worden voor het eerste jaar waarop het betrekking heeft voor de onderscheiden regio’s opgenomen:
a. de regionale voorzieningen die in dat jaar voor subsidiëring in aanmerking komen dan wel door de provincie in stand zullen worden gehouden, wie een voorziening zal uitvoeren, alsmede het subsidiebedrag dat ten hoogste verstrekt kan worden en in voorkomende gevallen de maximale capaciteit;
b. de subsidies die dat jaar verstrekt zullen worden aan de onderscheiden samenwerkingsverbanden.
4. In het plan wordt voorts voor het eerste jaar waarop het betrekking heeft het bedrag opgenomen dat in dat jaar beschikbaar zal worden gesteld aan de provinciale klachtencommissie, bedoeld in artikel 49en het bedrag dat beschikbaar zal worden gesteld voor cliëntenvertrouwenspersonen.
5. Het plan vermeldt bovendien voor het tweede, derde en vierde jaar de wijzigingen die de provincie voornemens is aan te brengen in het beleid met betrekking tot de functies, capaciteit, samenhang en spreiding van de regionale voorzieningen, onder vermelding van de financiële gevolgen ervan.
2. Het plan voorziet voor elke regio in een patroon van voorzieningen, dat zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften en dat evenwichtig is opgebouwd uit hulpverlening van de typen, genoemd in artikel 1, tweede lid. Het plan voorziet in ieder geval in een genoegzaam aanbod van jeugdhulpverlening ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een maatregel van justitiële kinderbescherming is toegepast. Het bepaalde in de voorgaande volzin geldt eveneens ten aanzien van jeugdigen voor wie voortzetting van hulp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, 3°, noodzakelijk is. Voorts voorziet het plan er in ieder geval in dat in de provincie één of meer advies- en meldpunten kindermishandeling, als bedoeld in artikel 34a, werkzaam zijn. Onze ministers kunnen in verband met de tweede, derde en vierde volzin richtlijnen geven omtrent de inhoud van het provinciale plan.
3. In het plan worden voor het eerste jaar waarop het betrekking heeft voor de onderscheiden regio’s opgenomen:
a. de regionale voorzieningen die in dat jaar voor subsidiëring in aanmerking komen dan wel door de provincie in stand zullen worden gehouden, wie een voorziening zal uitvoeren, alsmede het subsidiebedrag dat ten hoogste verstrekt kan worden en in voorkomende gevallen de maximale capaciteit;
b. de subsidies die dat jaar verstrekt zullen worden aan de onderscheiden samenwerkingsverbanden.
4. In het plan wordt voorts voor het eerste jaar waarop het betrekking heeft het bedrag opgenomen dat in dat jaar beschikbaar zal worden gesteld aan de provinciale klachtencommissie, bedoeld in artikel 49en het bedrag dat beschikbaar zal worden gesteld voor cliëntenvertrouwenspersonen.
5. Het plan vermeldt bovendien voor het tweede, derde en vierde jaar de wijzigingen die de provincie voornemens is aan te brengen in het beleid met betrekking tot de functies, capaciteit, samenhang en spreiding van de regionale voorzieningen, onder vermelding van de financiële gevolgen ervan.